In de zomer van 2024 kreeg Quinn de diagnose ziekte van Lyme. Hij was toen 15 jaar. Maar achteraf begonnen zijn klachten al vier jaar eerder. In 2020 was Quinn een echte buitenjongen. Hij speelde veel in het bos en in het gras. ‘We bouwden vaak hutten met vriendjes.’
Tekenbeten vond hij nooit bijzonder. ‘Mijn vader is militair geweest. Die heeft zijn halve leven in het bos gelegen en had ook vaak teken.’ Net als Quinn. ‘Die kleine beestjes hoorden er gewoon bij.’ De teken werden verwijderd en daarna ging het leven weer verder.
Totdat dat ineens veranderde.

Van de ene op de andere dag kreeg Quinn paniekaanvallen. ‘Mijn huid begon te tintelen en ik kon ineens heel moeilijk praten.’ Zo’n aanval duurde een paar minuten, maar was heftig. Soms moest hij met een ambulance naar het ziekenhuis. ‘Maar niemand wist wat er met mij aan de hand was.’ Ondertussen werd Quinn steeds vermoeider. ‘Ik ging vaak al om acht uur naar bed.’ Toch bleef een duidelijke verklaring uit. Jarenlang bleef het gissen.
Na een paar jaar merkte Quinn dat hij steeds slechter hoorde. Een gehoorspecialist ontdekte dat hij aan beide oren slechthorend was. Een paar weken later bleek Quinn aan zijn rechteroor zelfs al helemaal doof te zijn. Hij werd doorgestuurd naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Daar kwam eindelijk het antwoord naar de oorzaak van zijn klachten: ziekte van Lyme.

Quinn moest drie dagen in het ziekenhuis blijven. Daar kreeg hij antibiotica via een PICC-lijn, een slangetje dat via zijn arm naar het hart loopt. Thuis ging de behandeling nog twee weken door. Even leek het beter te gaan, maar een paar weken later ging het plotseling weer mis. Quinn moest met spoed opnieuw worden opgenomen en bleef een week in het ziekenhuis. Dit keer sloeg de behandeling wel aan. De aanvallen verdwenen en zijn linkeroor herstelde een beetje. Maar zijn gehoor zal nooit meer helemaal terugkomen. Links draagt Quinn een gehoorapparaat en rechts heeft hij een cochleair implantaat. ‘Ik hoor nu redelijk goed. Alleen in drukke ruimtes is het lastig om alles te volgen.’
De ziekte van Lyme heeft grote gevolgen gehad voor Quinns toekomst. Zijn droom was om, net als zijn vader, militair te worden. ‘Maar dat kan niet meer door mijn doofheid.’ Toch probeert hij vooruit te kijken. Quinn volgt nu een retailopleiding en loopt stage in een winkel. Deze zomer studeert hij af. ‘Ik heb het daar hartstikke naar mijn zin en hoop er straks fulltime te kunnen werken.’
Quinn is nog steeds graag buiten. Tegenwoordig wandelt hij vooral. Toch kreeg hij vorige zomer opnieuw een tekenbeet. ‘Nu weet ik wat ik moet doen: meteen verwijderen en snel naar de huisarts.’ Zijn boodschap is duidelijk: ‘Controleer altijd goed op tekenbeten. En krijg je daarna vage klachten, ga dan meteen naar de huisarts. Je moet er snel bij zijn. Dan voorkom je hopelijk wat mij is overkomen: jarenlang ziek zijn en blijvende schade oplopen.’

Ondanks alles probeert Quinn niet somber te zijn over wat hem al zo jong is overkomen. ‘Je kunt zeggen dat het erg is dat ik mijn gehoor kwijt ben. Maar verder kan ik alles nog. Het had veel erger kunnen zijn. Je moet positief blijven. En dat doe ik.’
Deel dit artikel: