Tekst: Suzanne Huig
‘HPP is een erfelijke ziekte. Dat betekent dat ik de ziekte al vanaf mijn geboorte heb. Ik heb de ziekte gekregen van mijn moeder. Mijn moeder heeft de ziekte ook. Ik vind het heel fijn dat mijn moeder mij goed begrijpt doordat ze de ziekte ook heeft’, vertelt Jace.

‘Mijn spieren en mijn botten zijn minder sterk dan bij de meeste andere mensen. Het is voor mij soms lastig om te bewegen doordat mijn spieren minder sterk zijn. Ik kan mijn botten sneller breken doordat ze minder sterk zijn. Ik moet daarom voorzichtig zijn en soms rustig aan doen terwijl ik dat niet wil. Ik moet bijvoorbeeld uitkijken als ik wil klimmen of stoeien. Ik vind dat jammer en vervelend’, zegt Jace.
Jace: ‘Ik heb hulpmiddelen voor mijn lijf. De hulpmiddelen zorgen ervoor dat ik minder pijn heb en dingen makkelijker kan. Ik heb bijvoorbeeld een rolstoel. Ik kan ongeveer 10 minuten lopen. Ik krijg daarna pijn in mijn voeten. Ik gebruik mijn rolstoel als ik langer dan 10 minuten iets ga doen. Ik zit in de klas op een stoel met een speciale rugleuning. Die rugleuning geeft mijn lichaam extra steun. Mijn lichaam krijgt daardoor meer rust en doet minder pijn.’
Jace heeft een aangepaste fiets. Zijn fiets heeft 3 wielen in plaats van 2 wielen. ‘Ik vind het lastig om mijn evenwicht te bewaren. Ik val snel om. Ik heb daarom een fiets met 3 wielen die vanzelf in evenwicht blijft. Ik vind het heel fijn dat ik met mijn aangepaste fiets zelf kan fietsen’, vertelt Jace.
Jace is snel moe door zijn ziekte. ‘Ik heb na een schooldag geen energie meer om te spelen. Ik ben dan te moe van het naar school gaan. Ik rust na schooltijd daarom uit op de bank. Ik kan ongeveer één dag per week niet naar school omdat ik dan te moe ben. Ik word dan ’s ochtends al heel moe wakker. Ik slaap dan bijna een hele dag. Ik vind het soms raar en lastig dat ik niet alles kan wat andere kinderen kunnen maar ik kan er niets aan doen’, zegt Jace.


Deel dit artikel: