Tekst: Suzanne Huig
Foto's: Arjen Jan Stada
‘Ik weet pas sinds 3 jaar dat ik CP heb. Ik viel van de trap toen ik 9 jaar oud was. Ik raakte daardoor bewusteloos en moest naar het ziekenhuis. Dokters hebben toen mijn hersenen onderzocht. De dokters ontdekten bij die controle dat ik een hersenbeschadiging heb. Mijn hersenen zijn waarschijnlijk beschadigd bij mijn geboorte’, vertelt Vlinder.
‘Ik draag een spalk om mijn rechterbeen. Een spalk is een soort steuntje. De spalk geeft mijn been extra steun. Ik kan daardoor beter lopen. Ik draag mijn spalk altijd als ik schoenen draag. Ik zie er een beetje anders uit als ik mijn spalk draag. Mensen kijken soms naar mijn spalk als ik op straat loop. Ik voel me dan bekeken. Ik heb dan het gevoel dat mensen mij raar vinden. Dat vind ik niet fijn. Ik zie er anders uit, maar ik ben gewoon een mens’, zegt Vlinder.


‘Mijn hersenbeschadiging zorgt ervoor dat mijn hersenen en spieren niet altijd goed samenwerken. Mijn lichaam reageert daardoor soms minder snel. Ik merk dat bijvoorbeeld tijdens een gymles. Mijn lichaam reageert bijvoorbeeld vaak te laat als er een bal naar mij wordt gegooid. Ik beweeg dan pas als de bal al voorbij is’, legt Vlinder uit.
‘De beschadiging kan niet herstellen. Ik leer met mijn hersenbeschadiging leven. Ik ben blij dat ik nu weet dat ik een hersenbeschadiging heb. Ik kan daardoor goede hulp krijgen. Ik krijg bijvoorbeeld 2 keer per week fysiotherapie. Ik doe dan oefeningen om ervoor te zorgen dat mijn beenspieren sterker worden en ik beter kan bewegen. Ik moet bij fysiotherapie bijvoorbeeld touwtjespringen. Ik train daarmee mijn benen en mijn conditie’, vertelt Vlinder.
‘Ik vind het in mijn vrije tijd heel leuk om dingen te maken. Ik naai bijvoorbeeld knuffels, tassen en truien. Ik vind het fijn dat ik tijdens het naaien kan zitten en lekker met mijn handen bezig kan zijn. Ik heb dan geen last van mijn CP. Ik kan dan gewoon op mijn eigen tempo werken’, zegt Vlinder.


Deel dit artikel: